Februari 1942: Brand in gemeentehuis Ede aan de ‘Notaris Fischerstraat’

In een huis aan de Telefoonweg in Ede gaat op 19 februari 1942 rond vijf voor half tien ’s ochtends de telefoon. Brandweercommandant Van Egmond pakt de hoorn van de haak. Adjunct-commandant Marinus van As meldt dat de brandweer nodig is in de Grootestraat, de tegenwoordige Notaris Fischerstraat, want er is schoorsteenbrand in het gemeentehuis. ​

Van Egmond aarzelt geen moment en wil via de telefoon de Luchtbeschermingsdienst vragen om de andere brandweerlieden te bellen. Maar hij krijgt nul op het rekest: in gesprek. Hij sommeert nu zijn vrouw Grietje om te gaan bellen.  Een brandweerman die even verderop woont geeft ook niet thuis en Van Egmond  haast hij zich naar garage Robben, vlakbij de Oude Kerk. Van As heeft de monteur al gebeld en die gooit meteen de deuren open. De motor van de brandweerwagen loopt al. Nog snel schrijft Van Egmond ‘brand gemeentehuis’ op het bord, en samen rijden ze naar de Markt. Dikke rookwolken pakken zich samen boven het raadhuis. Haast is geboden, maar vrijwel alles lijkt die dag tegen te zitten…

Tegenslag op tegenslag
Twee werknemers van de garage blijken al op de Markt te zijn, waarvan één met brandweerervaring. Van Egmond commandeert hen een haspel met slangen uit te leggen, maar de monteur meldt direct een tegenslag. Omdat het al de hele maand vriest is de put op de Markt, die het water moet leveren, met een dikke laag sneeuw en ijs bedekt. Als het gezelschap druk bezig is met de voorbereiding van het bluswerk komen er nog twee brandweerlieden op de Markt aan. Van Egmond geeft hen direct instructies. Ook draagt hij de monteur op de motorspuit naar de Otterloscheweg, nu de Bospoort, te rijden en die daar op een brandput aansluiten.  
Nadat hij zijn orders heeft uitgedeeld arriveert de commandant bij het gemeentehuis. Daar ziet hij de vlammen al aan de zuidgevel door de dakpannen slaan. Maar helaas, waar hij en zijn mannen het ook proberen, het lijkt onmogelijk ergens een opzetstuk voor een brandkraan te plaatsen. Door de vrieskou is het eerder vochtig geworden stro, dat de kranen in de brandputten juist tegen de vorst zou moet beschermen, doortrokken met ijs. Van Egmond denkt snel en stuurt nu twee man naar de Boschpoortstraat, de huidige Grotestraat. Deze blijkt niet bevroren!

Verbrande paperassen
Maar eigenlijk is er al geen houden meer aan. Van Egmond ziet dat de zolder van het pand onbereikbaar is. Slangen leggen vanaf de motorspuit op de Otterloscheweg duurt langer dan normaal, omdat de eerste haspel bij de bevroren put op de Markt al is uitgelegd. Deze moet eerst weer worden opgerold voordat hij naar een andere put kan. Bovendien is de afstand tot het gemeentehuis ook nog eens zo’n driehonderd meter. Het duurt ongeveer een half uur voordat de motorspuit twee stralen water kan geven. Inmiddels is dan ook de put voor het gemeentehuis opengemaakt.
Rond half elf ziet de brandweer dat de kap en zolder zodanig zijn verbrand dat er geen gevaar meer is voor andere gebouwen. Het nablussen gaat nog uren door, maar om half zes ‘s middags vertrekken de brandweerlieden dan toch naar huis. Wat zij achterlaten zijn zwartgeblakerde muren, verkoolde draagbalken en duizenden verbrande paperassen. Dat dit ooit het Edese bevolkingsregister was, lijkt niet meer dan een noodlottig toeval…

Toeval of ongeluk of...?
De volgende dag maakt Van Egmond de balans op. Bevroren brandputten en brandkranen hebben het bluswerk belemmerd, meldt hij in zijn rapportage. Ook politiebeambte Klaus maakt een verslag, waar de politiecommissaris ter goedkeuring zijn handtekening onder zet. Op 4 maart legt hij over de gebeurtenissen verantwoording af aan NSB-burgemeester Van Dierendock. Daarmee is de kous af: de bezetter accepteert de lezing van een toevallige brand onder slechte blusomstandigheden.
Anders dan de Duitsers zetten sommige Edenaren vraagtekens bij de conclusie ‘toeval’ of ‘ongeluk’. Zij vermoeden dat er meer aan de hand is. Is het een verzwegen verzetsdaad? De brandweercommandant die vanuit huis niemand van zijn manschappen telefonisch kon bereiken?  De brandweer die er uiteindelijk wel was, maar er zeker veel sneller had kunnen zijn? Putten, die gewoon gebruikt konden worden? Het belang van een vernietigd bevolkingsregister was bovendien erg groot, want het was immers hét controlemiddel voor de Duitse bezetter.
Er is nog altijd geen onomstotelijk bewijs voor het gerucht dat de brand in het gemeentehuis door het verzet is aangestoken. Maar aannemelijk is het inmiddels wel, zeker omdat we ook weten dat Van Egmond een actieve rol in het Edese verzet speelde.

Locaties in de buurt

Locaties oorlogsherinneringen