Juli 1943: Onderduikers in de Molenstraat

In het najaar van 1940 worden de anti-Joodse maatregelen steeds bedreigender. De persoonsbewijzen van Joden krijgen een ‘J’ en ze moeten een gele Davidsster gaan dragen. Na verloop van tijd beginnen de razzia’s en deporteren de bezetters Joden naar concentratiekampen. De eerste grote razzia’s in Amsterdam vinden plaats in 1941, maar gaan door tot 1943.

Amsterdamse onderduikers
De Joodse familie Leijdesdorff ontvlucht de hoofdstad en het viertal duikt onder in Ede. Vader, moeder en twee dochters kunnen helaas niet als gezin bij elkaar blijven, want dat is te gevaarlijk. De kinderen van vier en zes jaar worden ondergebracht bij een jong getrouwd stel in Ede, Gerrit van den Berg en Co Welbedacht. Vader en moeder Isaäc en Sarina Leijdesdorff duiken onder bij expediteur Karssenberg aan de Molenstraat, langs het Kippenlijntje.
Drie maanden wonen Hanneke en Jenneke veilig bij Gerrit en Co aan de Paasbergerweg. Ze spelen met de andere kinderen uit de buurt en de oudste gaat gewoon naar school. De kinderen verkeren duidelijk in gevaar als blijkt dat het huis door de Sicherheitsdienst extra in de gaten wordt gehouden en ze moeten daar weg. Twee dagen later brengt Co de twee meisjes daarom terug naar Amsterdam, waar een bekende hen opvangt. 

Arrestaties
Vrijdagavond 9 juli 1943 stopt een auto in de Molenstraat. Vijf Duitsers stappen uit en omsingelen het vrijstaande huis van Karssenberg. Onder dreiging van een pistool gaat de Ortskommandant het huis binnen. De vrouw van de expediteur stribbelt nog tegen, maar ze kan niets beginnen. Met veel kabaal en geweld wordt het huis van onder tot boven onderzocht. Karssenberg en drie Joodse onderduikers worden gearresteerd, waaronder ook Isaäc en Sarina. 

Tragisch transport
De arrestanten moeten meelopen naar het bureau van de Ortskommandant aan de Stationsweg. Uren later, in de nacht, worden ze naar de kazerne overgebracht. Karssenberg komt uiteindelijk in concentratiekamp Vught terecht, waar hij zeven en halve maand moet blijven.
De drie Joodse gevangenen gaan de volgende dag naar Amsterdam, en worden vandaar doorgezonden naar Kamp Westerbork. Ook dit is niet hun eindstation. Ze gaan op transport naar Sobibor en direct na aankomst worden zij op 23 juli 1943 vergast. Beide meisjes Leijdesdorff overleven de oorlog wel.

Locaties in de buurt

Locaties oorlogsherinneringen

Evenementen rondom militaire historie