Zoem de Zandbij voor volwassenen
5,2 km
1 uur 30 minuten
Ga op pad in natuurgebied de Zanding in Otterlo en ontdek de Veluwe door de ogen van Zoem de zandbij. Tijdens deze informatieve wandelroute leer je hoe bijen leven, vliegen en bestuiven.
Onderweg kom je langs heidevelden, zandvlaktes en plekken waar dieren zoals de zandhagedis en zadelsprinkhaan leven.
Er zijn twee versies van de route: Deze volwassen versie met verdieping over het gebied en een vrolijke kinderversie vol opdrachten. Beide boekjes zijn binnenkort verkrijgbaar bij diverse ondernemers in Otterlo.
Onder 'Beschrijving' vind je de informatieve verdieping bij deze wandelroute. Dit is dezelfde informatie als die in het boekje te vinden is.
Dit ga je zien
Beschrijving
De Zanding is een waardevol heidegebied bij Otterlo. Je vindt er stuifzand, heide en een stuk bos. Door deze combinatie komen er veel zeldzame dieren en planten voor, waaronder enkele karakteristieke en bedreigde heidesoorten. Zandbijen, zoals de heidezandbij, en andere bijen- en insectensoorten zijn belangrijk voor het behoud van de heide.
In Nederland bestaan ruim 360 soorten bijen, van hommels tot honingbijen en metselbijen. De meeste bijen leven solitair, alleen, maar wel vaak bij elkaar in de buurt.
Hommels leven in groepen, als volk, met een koningin. Ook honingbijen leven als bijenvolk samen en hebben een koningin. Alleen honingbijen maken honing.
- 1. De Waldhoorn (bij knooppunt J18)
> De Waldhoorn heeft een bijenstal met meerdere honingkasten. Je kunt een kijkje nemen.
Een deel van de solitaire bijen, ongeveer 20%, nestelt boven de grond. In boomstronken, holle stengels en bijvoorbeeld in een insectenhotel. Zoals de metselbij.
Hommels nestelen graag in een verlaten muizennest of een hoop bladeren. Zandbijen, de naam zegt het al, graven hun nest onder de grond. Zandbijen die je in dit gebied kunt vinden zijn bijvoorbeeld de witbaardzandbij en heidezandbij. Je vindt hier ook pluimvoetbijen, dat zijn geen zandbijen, maar ze graven wel holletjes in het zand. - 2. Bloementuin Hotel de Sterrenberg (net voor knooppunt J20)
Bijen kunnen hun vleugels wel 200 tot 250 keer per seconde op en neer bewegen. Ze vliegen gemiddeld 150 tot 500 meter van hun nest weg. Ze moeten deze grote afstanden vliegen om verschillende soorten bloeiende planten te bezoeken. Bijen hebben de planten nodig voor hun voeding (nectar) of om stuifmeel te verzamelen voor hun larven. Als ze een bloem bezoeken, nemen ze (soms per ongeluk) stuifmeelkorrels mee. Die komen weer terecht op de stamper van een volgende bloem: bestuiving. Door bestuiving ontstaan zaden en vruchten, zoals appels, peren en bessen. Maar liefst 80 procent van ons voedsel is afhankelijk van bestuiving door insecten. De wilde bloementuin van Hotel de Sterrenberg is in de bloeiperiode als een gedekte tafel voor bijen en andere insecten. - 3. De Wever Lodge (bij knooppunt J29)
Belangrijke planten voor bijen zijn bijvoorbeeld biggenkruid, muizenoor en zandblauwtje. Muizenoor en biggenkruid zijn heel belangrijk voor de pluimvoetbij. Deze soort vliegt alleen op paardenbloemachtigen. - 4. Heide (net na knooppunt J75)
De paarse heide is mooi voor ons, maar bijen halen nectar vooral uit de bloemen die er tussen staan, zoals brem en biggenkruid. De heidezandbij is de enige
soort die echt afhankelijk is van bloeiende heide. Struikheide is zijn favoriet. De heidezandbij komt dan ook alleen op de heide voor. - 5. Open stukje zand (tussen knooppunt J75 en J27)
Veel wilde bijen maken holletjes in het zand. De vrouwtjes maken een nest en leggen eitjes. Ze graven een gang met zijgangen die uitlopen in broedcellen. Het vrouwtje verzamelt stuifmeel en nectar van planten, brengt dat naar de broedcel en maakt er een balletje van. Dat heet een bijenbroodje. Daarop legt ze een eitje. De larve die uit het ei komt, eet dat bijenbroodje op, wordt steeds groter en verpopt daarna. Pas het volgende jaar komt die bij als volwassen bij tevoorschijn. Ze gaan dan op zoek naar een partner, paren en de cyclus begint opnieuw. Bijen leven maar een paar weken tot een paar maanden. - 6. Heidecorridor (iets voor knooppunt J27)
Er zijn een aantal typische beschermde diersoorten die op de Veluwse heide leven.- De gladde slang wordt maximaal 80 cm
- De zandhagedis wordt 18-20 cm
- De zadelsprinkhaan is zeldzaam en wordt ongeveer 3 cm.Achter het hek ligt Het Nationale Park De Hoge Veluwe.
- 7. Bos achter uitkijkpunt (net na knooppunt J27)
In het bos is voor een zandbij niet veel te halen, hier zul je ze dus ook niet zo snel zien. Typische bossoorten zijn eekhoorn, bosuil, grote bonte specht en de mier. Mieren zijn familie van de bij. Het zijn allebei zogenaamde vliesvleugeligen. - 8. Uitkijkpunt (vlak na punt 7 aan je linkerkant, hiervoor moet je even naar boven lopen.)
Bijen warmen zich op in de zon. In het zand of op een blad. Een bloem gebruiken ze vaak om een dutje in te doen. Vooral ‘s ochtends kun je ze daar vinden. Soms slapen er zelfs meerdere mannetjes samen in één bloem. En ze rusten of slapen wel eens met hun kaken geklemd aan een stengel.
Als je een moment stil bent, hoor je de natuur. Bijvoorbeeld een zoemende bij of een zingende vogel. Een mooiere symfonie kun je niet vinden! - 9. Karweg (net na knooppunt J28)
Rond de tweede eeuw na Christus hadden Romeinen een legerkamp op de Veluwe. De Veluwe lag op de rand van het toenmalige Romeinse rijk. Dit karrenpad stamt uit die tijd. - 10. Heiderand (iets voor knooppunt J21)
De hier levende insecten zijn prooi voor verschillende dieren, zoals de nachtzwaluw. Deze bijzondere vogel is niet makkelijk te spotten maar heeft wel een opmerkelijk en herkenbaar geluid.
> Klik hier om het geluid van de nachtzwaluw te horen. - 11. Weversteeg (tussen knooppunt J21 en J31)
Wilde bijen hebben bloemen en kruiden nodig om te leven. Daar halen ze de nectar, hun eten uit. En stuifmeel, het eten voor hun larven. Maar die bloemen staan niet (meer) overal, dus moeten ze vaak een flink eind vliegen. Ook kunnen ze niet altijd een goede nestelplek vinden.
Omdat bijen heel belangrijk zijn voor de natuur, moeten we ze een handje helpen. En zorgen voor veel wilde bloemen en kruiden en nestelplekken.
> Klik hier voor voorbeelden van geschikte nestelplekken.
Je kan zelf veel doen om een bijvriendelijke tuin te krijgen. Een paar voorbeelden:
- Doe-het-zelf zaadbommetjes maken. Met bijvriendelijke bloemen. Kies bij voorkeur voor inheemse bloemen, die hier van nature
voorkomen. En let op dat de bloemen niet bespoten zijn. Ook klimop is fijn voor bijen.
- Doe mee met de Nationale Bijentelling. Ieder jaar in april. Meten = weten!
- Een insectenhotel kan je ook zelf bouwen: boor diepe gaatjes met een doorsnede van 2-8 mm in hout en voeg riet- of bamboestengels toe. Zorg dat er geen scherpe randjes aan zitten.
- Een rommelhoekje met bladeren helpt hommels aan een nest.
- Een stukje kale grond met zand helpt zandbijen.
- Doe een tuincheck om geschikte nestelplekken voor bijen te herkennen en zelf te maken. - 12. Bloemenveld bij tennisbaan (tussen knooppunt J21 en J31)
Bijen hebben hele grote ogen, facetogen, waarin weer 6000 kleine oogjes (facetten) zitten. Ze zien daarmee kleuren, vormen en bewegingen. Bijen zien kleuren anders dan wij. Ze zien vooral gele en blauw-/paarse tinten. En ze zien UVlicht; daardoor worden voor ons onzichtbare honingmerken op de bloemblaadjes zichtbaar. Een soort landingsbaan voor de bijen. Zo vinden ze voedsel. Ook met hun voelsprieten, waarmee ze ruiken, kunnen ze voedsel vinden.
> Klik hier voor een leuk bijenfilmpje.
M. Nederlands Tegelmuseum (vlak na knooppunt J30)
Welkom terug in Otterlo. Er is hier nog veel meer te beleven.
De metselbij in menselijke gedaante vind je in het Nederlands Tegelmuseum. Daar ontdek je hoe mensen vroeger tegels maakten en tegen de muur metselden.
De metselbij legt eitjes in een holletje en metselt het holletje daarna dicht met modder. Zo blijven de eitjes beschermd. De rosse metselbij zien we het vaakst in Nederland.
Het Nationale Park De Hoge Veluwe en Musea
In Het Nationale Park De Hoge Veluwe vind je, naast mooie natuur, ook het Kröller-Müller Museum (beeldende kunst) en Museonder. Dit ondergrondse museum vertelt het geologische verhaal van de Veluwe.
Nederland Zoemt
Op de website ‘Nederland Zoemt’ lees je meer over de bijensoorten in Nederland met tips voor het helpen van wilde bijen.
- I25
- J19
- J18
- J20
- J95
- J29
- J75
- J27
- J28
- J21
- J31
- J30
- J19
- I25